Opel Astra: Antidiefstalbeveiliging - Sleutels, portieren en ruiten - Opel Astra - InstructieboekjeOpel Astra: Antidiefstalbeveiliging

Vergrendelingssysteem

Waarschuwing Niet inschakelen als er zich personen in de auto bevinden! Ontgrendelen van de binnenzijde is niet mogelijk.

Alle portieren worden tegen openen beveiligd. Voor activering van het systeem moeten alle portieren gesloten zijn.

Bij het ontgrendelen van de auto wordt de mechanische diefstalbeveiliging uitgeschakeld. Dit is niet mogelijk met de centrale vergrendelingsknop.

Inschakelen

Sleutels, portieren en ruiten

Druk binnen vijf seconden tweemaal op Sleutels, portieren en ruiten van de handzender.

Diefstalalarmsysteem

Het alarmsysteem is gecombineerd met het vergrendelingssysteem.

Het bewaakt:

Inschakelen

Alle portieren moeten gesloten zijn en de elektronische sleutel of het elektronische sleutelsysteem mag niet in de auto blijven. Anders kan het systeem niet worden geactiveerd.

Sleutels, portieren en ruiten

Let op Wijzigingen in het interieur, zoals het aanbrengen van stoelhoezen en het openen van de ruiten of het zonnedak, zijn mogelijk van invloed op de interieurbewaking.

Inschakelen zonder bewaking passagiersruimte en hellingshoek auto

Sleutels, portieren en ruiten

Schakel de bewaking van het interieur en de hellingshoek van de auto uit als u huisdieren in de auto achterlaat, om te voorkomen dat hoge ultrasone tonen of bewegingen het alarm activeren.

Schakel ze ook uit wanneer de auto op een veerboot of een trein staat.

1. Sluit de achterklep, de motorkap, de ruiten en het zonnedak.

2. Druk op Sleutels, portieren en ruiten. De led in de knop Sleutels, portieren en ruiten brandt maximaal tien minuten.

3. Portieren sluiten.

4. Diefstalalarmsysteem inschakelen.

Het statusbericht verschijnt op het Driver Information Centre.

Status-led

Sleutels, portieren en ruiten

De status-led is geïntegreerd in de sensor boven op het instrumentenpaneel.

Status tijdens de eerste 30 seconden na het activeren van het alarmsysteem:

Led aan : test, inschakelvertraging

Led knippert snel : portieren, achterklep of motorkap niet goed dicht, eventuele systeemstoring

Status nadat systeem is geactiveerd:

Led knippert langzaam : systeem is geactiveerd

Bij storingen de hulp van een werkplaats inroepen.

Uitschakelen

Handzender: Bij het ontgrendelen van de auto door indrukken van c wordt het diefstalalarmsysteem gedeactiveerd.

Sleutels, portieren en ruiten

Elektronisch sleutelsysteem: Bij het ontgrendelen van de auto met de knop op één van de buitenkrukken wordt het diefstalalarmsysteem gedeactiveerd.

De elektronische sleutel moet zich binnen een bereik van ongeveer één meter van het betreffende portier buiten de auto bevinden.

Het systeem wordt niet gedeactiveerd door het bestuurdersportier te ontgrendelen met de sleutel of met de centrale vergrendelingsknop in het interieur.

Alarm

Bij het activeren klinkt de alarmclaxon en gaan de alarmknipperlichten tegelijkertijd knipperen. Het aantal en de duur van de alarmsignalen zijn voorgeschreven door de wetgever.

Het diefstalalarmsysteem kan worden gedeactiveerd door Sleutels, portieren en ruiten in te drukken, op de schakelaar op de portierhandgreep te drukken (met elektronisch sleutelsysteem) of door het contact in te schakelen.

Wanneer het alarm is afgegaan zonder dat de bestuurder het heeft uitgeschakeld, geven de alarmknipperlichten dat aan. Ze lichten bij het ontgrendelen van de auto met de handzender driemaal kort achtereen op. Bovendien verschijnt er na inschakeling van het contact een waarschuwingsbericht op het Driver Information Center.

Als de accu van de auto moet worden ontkoppeld (bijv. voor onderhoudswerkzaamheden), moet de alarmsirene als volgt worden gedeactiveerd: schakel het contact in en uit en ontkoppel de accu van de auto binnen 15 seconden.

Startbeveiliging

Het systeem is onderdeel van de contactschakelaar en het controleert of de auto met de gebruikte sleutel mag worden gestart.

De startbeveiliging activeert zichzelf automatisch nadat u de sleutel uit de contactschakelaar hebt gehaald.

Knippert controlelamp Sleutels, portieren en ruiten nadat het contact is ingeschakeld, dan is er een storing in het systeem: de auto kan niet worden gestart. Contact uitschakelen en opnieuw proberen te starten.

Als de controlelamp Sleutels, portieren en ruiten blijft knipperen, kunt u proberen om de motor met de reservesleutel te starten en daarna de hulp van een werkplaats inroepen.

Let op RFiD-tags (Radio Frequency Identification) kunnen de werking van de sleutel storen. Houd de tag bij het starten uit de buurt van de sleutel.

Let op De startbeveiliging vergrendelt de portieren niet. Vergrendel daarom steeds na het verlaten van de auto de portieren en schakel het diefstalalarmsysteem in.

Zie ook:

Ford Focus. Een zekering vervangen
Algemene informatie Als elektrische componenten in de auto niet werken, kan er een zekering kapot zijn. Kapotte zekeringen hebben een kapotte draad in de zekering. Zekeringkast in pa ...

Ford Focus. Overzicht instrumentenpaneel - rechts stuur
Knoppen voor snelheidsregeling. Zie Gebruik maken van snelheidsregeling. Instrumentengroep. Zie Meters. Toetsen van het informatiedisplay. Zie ...

Modellen: