Opel Astra: Geautomatiseerde versnellingsbak - Rijden en bediening - Opel Astra - InstructieboekjeOpel Astra: Geautomatiseerde versnellingsbak

Opel Astra / Opel Astra - Instructieboekje / Rijden en bediening / Geautomatiseerde versnellingsbak

De geautomatiseerde versnellingsbak staat handschakelen (handgeschakelde modus) of automatisch schakelen (automatische modus) toe, allebei met automatische koppelingsregeling.

Handschakelen is mogelijk door in de handgeschakelde modus tegen de keuzehendel te tikken.

Let op Wanneer een portier van de auto wordt ontgrendeld of geopend, kan een geluid worden gehoord dat door het hydraulisch systeem wordt veroorzaakt.

Versnellingsbakdisplay

Rijden en bediening

In de automatische modus wordt het rijprogramma aangeduid door D op het Driver Information Center.

In de handgeschakelde modus worden M en het nummer van de geselecteerde versnelling aangeduid.

R geeft de achteruitversnelling aan.

N geeft neutraal aan.

Keuzehendel

Rijden en bediening

De keuzehendel altijd zover mogelijk in de gewenste richting bewegen. Als de hendel wordt losgelaten, keert hij altijd vanzelf terug naar de middelste stand.

Let op Houd de keuzehendel niet in een tussengelegen stand. Bij niet geheel inschakelen van een versnelling kan er een defect ontstaan en verschijnt er mogelijk een foutmelding op het Driver Information Center.

Zet de keuzehendel weer in de middelste stand. Na korte tijd verschijnt N op het Driver Information Center en werkt het systeem weer normaal.

N : neutrale stand
D/M : wisselen tussen automatische (D) en handgeschakelde (M) modus. Het versnellingsbakdisplay toont D of M met de geselecteerde versnelling
+ : opschakelen in handgeschakelde modus
- : terugschakelen in handgeschakelde modus
R : achteruitversnelling. Uitsluitend inschakelen als de auto stilstaat

Als de keuzehendel van R naar links wordt verplaatst, wordt D direct ingeschakeld.

Als de keuzehendel van D naar + of - wordt gezet, wordt de handgeschakelde modus M geselecteerd en schakelt de versnellingsbak.

Wegrijden

Het rempedaal intrappen en de keuzehendel op D/M of R zetten. Als D wordt geselecteerd, staat de versnellingsbak in de automatische modus en is de eerste versnelling ingeschakeld. Bij het selecteren van R wordt de achteruitversnelling ingeschakeld.

Na het loslaten van het rempedaal rijdt de auto langzaam weg.

Om weg te rijden zonder het rempedaal in te trappen trekt u onmiddellijk op na het inschakelen van een versnelling zo lang D of R knippert.

Wordt noch het gaspedaal noch het rempedaal bediend, dan is er geen versnelling ingeschakeld en knippert de aanduiding D of R korte tijd op het display.

Auto stoppen

Bij het stoppen in stand D wordt de eerste versnelling ingeschakeld en de koppeling gelost. In stand R blijft de achteruitversnelling ingeschakeld.

Afremmen op de motor

Automatische modus Bergafwaarts schakelt de geautomatiseerde versnellingsbak pas bij hogere toeren op. Bij het remmen wordt tijdig teruggeschakeld.

Handgeschakelde modus Om bij het afdalen van een helling op de motor af te remmen, tijdig een lagere versnelling selecteren. Inschakelen van de handgeschakelde modus is alleen mogelijk terwijl de motor draait of tijdens een Autostop.

Auto heen en weer schommelen

Het is alleen toegestaan de auto heen en weer te schommelen als de auto is vastgereden in zand, modder of sneeuw. Beweeg de keuzehendel meermaals tussen stand R en D heen en weer. Motor niet te hoge toeren laten maken en snel optrekken voorkomen.

Parkeren

De laatst ingeschakelde versnelling (zie versnellingsbakdisplay) blijft ingeschakeld wanneer het contact wordt uitgeschakeld. In de stand N is geen versnelling ingeschakeld.

Trek daarom altijd de handrem aan wanneer u het contact uitschakelt. Als de handrem niet is aangetrokken, knippert P in het versnellingsbakdisplay en kan de sleutel niet uit het contactslot worden verwijderd. P stopt met knipperen in het versnellingsbakdisplay zodra de handrem enigszins wordt aangetrokken.

Na het uitschakelen van het contact reageert de versnellingsbak niet meer op bewegingen van de keuzehendel.

Noodoplossing die voorkomt dat de handrem bevriest.

Handgeschakelde modus

Wordt bij te lage toeren een hogere versnelling geselecteerd of een lagere versnelling bij te hoge toeren, dan schakelt de auto niet. Dit om te voorkomen dat de motor te lage of te hoge toeren maakt. Er verschijnt een waarschuwingsbericht op het Driver Information Center. Boordinformatie.

Bij een te laag motortoerental schakelt de versnellingsbak automatisch terug.

Als in de automatische modus + of - wordt geselecteerd, switcht de versnellingsbak naar de handgeschakelde modus in en schakelt navenant.

Aanduiding versnelling

Het symbool Rijden en bediening of Rijden en bediening met een cijfer ernaast verschijnt wanneer schakelen omwille van het brandstofverbruik wordt geadviseerd.

Aanduiding om te schakelen verschijnt alleen in de handgeschakelde modus.

Elektronische rijprogramma's

Kickdown

Bij het geheel intrappen van het gaspedaal in de automatische modus schakelt de transmissie afhankelijk van het motortoerental naar een lagere versnelling.

Storing

Om schade aan de geautomatiseerde versnellingsbak te voorkomen, grijpt de koppeling bij zeer hoge koppelingstemperaturen automatisch in.

Bij een storing verschijnt er een waarschuwing op het Driver Information Center. Boordinformatie.

Er kan slechts beperkt of niet verder worden gereden, afhankelijk van de storing.

Oorzaak van de storing onmiddellijk door een werkplaats laten verhelpen.

Zie ook:

Toyota Auris. Draaiknop koplampverstelling (auto's met halogeenkoplampen)
De koplamphoogte kan worden afgestemd op het aantal passagiers in de auto en de mate van belading. Verhogen van de koplamphoogte Verlagen van de koplamphoogte ■ Aanwijzing voor ins ...

Peugeot 308. Bandenspanningscontrolesysteem
Dit systeem controleert automatisch de bandenspanning tijdens het rijden. Het systeem bewaakt de spanning van de vier banden zodra de auto begint te rijden. Het systeem vergelijkt de signalen van ...

Modellen: