Peugeot 308: Lichtschakelaar - Verlichting en zicht - Peugeot 308 - InstructieboekjePeugeot 308: Lichtschakelaar

Met de lichtschakelaar kunt u de verlichting en signalering van de auto selecteren en inschakelen.

Hoofdverlichting

Uw auto is voorzien van verschillende verlichtingsfuncties:

Onder bepaalde weersomstandigheden (lage temperatuur, vochtigheid) kan zich een laagje condens aan de binnenzijde van de koplampen en de achterlichten vormen; dit verdwijnt enkele minuten na het ontsteken van de koplampen.

Aanvullende verlichting

Uw auto is voorzien van aanvullende verlichting voor specifieke rijomstandigheden:

Automatische functies

Het verlichtingssysteem van uw auto heeft verschillende extra automatische functies die afzonderlijk kunnen worden ingesteld:

Programmeren

Bepaalde functies kunnen worden ingesteld:

Reizen naar het buitenland

Halogeenkoplampen Wanneer u uw auto gaat gebruiken in een land waarin het verkeer aan de andere kant van de weg rijdt, moet de afstelling van de koplampen worden gewijzigd om te voorkomen dat tegemoetkomend verkeer wordt verblind.

Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.

Led-koplampen De led-koplampen zijn zo ontworpen dat de afstelling niet gewijzigd hoeft te worden als u de auto gaat gebruiken in een land waarin het verkeer aan de andere kant van de weg rijdt.

Selecteren van de stand van de hoofdverlichting

Draai aan de ring om het symbool van de gewenste stand tegenover het merkteken te zetten.

Zonder automatische inschakeling

Zonder automatische inschakeling

Met automatische inschakeling

Met automatische inschakeling

Lichten uit (afgezet contact) / dagrijverlichting vóór (draaiende motor).

Automatische verlichting.

Alleen parkeerlicht.

Dimlicht of grootlicht.

Grootlichtschakelaar

Grootlichtschakelaar

Trek de hendel naar u toe om over te schakelen van dim- naar grootlicht en terug.

Als de verlichting is uitgeschakeld of wanneer alleen de parkeerlichten zijn ingeschakeld, kunt u een lichtsignaal geven door de hendel naar u toe te trekken.

Verklikkerlampje

Een verklikkerlampje op het instrumentenpaneel geeft aan dat de geselecteerde verlichting is ingeschakeld.

Mistverlichting

Mistverlichting

Alleen mistachterlicht

Het dimlicht of het grootlicht moet zijn ingeschakeld.

Wanneer de verlichting automatisch wordt uitgeschakeld (uitvoeringen met de stand AUTO), gaat het mistachterlicht uit.

Mistverlichting

Mistlampen vóór en mistachterlicht

De mistlampen vóór en het mistachterlicht werken als de parkeerlichten of de dimlichten zijn ingeschakeld (handmatig of in de stand AUTO).

Verdraai de ring:

Als de verlichting automatisch wordt uitgeschakeld (uitvoeringen met automatische verlichting) of als het dimlicht handmatig wordt uitgeschakeld, blijven de mistverlichting en de parkeerlichten branden.

Bij helder of regenachtig weer, zowel overdag als 's nachts, zijn de mistlampen vóór en de mistachterlichten verblindend voor medeweggebruikers en daarom niet toegestaan.

U moet zelf inschatten wanneer u de mistlampen moet inschakelen, omdat mogelijk de lichtsterktesensor van de automatische verlichting ondanks eventueel aanwezige mist toch voldoende licht kan constateren.

Vergeet niet de mistlampen uit te zetten zodra ze niet meer nodig zijn.

 

Uitschakelen van de verlichting bij afzetten van het contact Als u het contact afzet, worden alle lichten automatisch uitgeschakeld, behalve als de automatische "follow me home"-verlichting is geactiveerd.

 

Aanzetten van de verlichting na afzetten van het contact Om de verlichting weer aan te zetten, draait u de ring A in de stand "0"- lichten gedoofd, en kiest u vervolgens de door u gewenste stand.

Als het bestuurdersportier wordt geopend, klinkt er een geluidssignaal om aan te geven dat de verlichting nog brandt.

De verlichting gaat vanzelf na enige tijd uit; hoe lang dit duurt is afhankelijk van de laadtoestand van de accu (overgang naar eco-modus).

Verlichting overdag vóór (LED-verlichting)

Verlichting overdag vóór

Bij het starten van de motor wordt deze verlichting automatisch ingeschakeld als de lichtschakelaar in de stand "0" of "AUTO" staat.

Automatische verlichting

Met behulp van een lichtsensor worden de kentekenplaatverlichting, het achterlicht en het dimlicht automatisch ingeschakeld als de lichtsterkte van de omgeving onvoldoende is.

De verlichting kan ook, in geval van neerslag, gelijktijdig met het automatisch inschakelen van de ruitenwissers vóór worden ingeschakeld.

De verlichting wordt uitgeschakeld als de lichtsterkte van de omgeving weer voldoende is of nadat het wissen is gestopt.

Inschakelen

Inschakelen

Uitschakelen

Storing

Bij een storing in de lichtsensor gaat de verlichting branden, wordt dit pictogram weergegeven op het instrumentenpaneel in combinatie met een geluidssignaal en/of een melding.

Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.

Bij mist of sneeuw kan de lichtsensor ten onrechte voldoende licht waarnemen; de verlichting wordt dan niet automatisch ingeschakeld.

Dek de met de regensensor gecombineerde lichtsensor, die zich in aan de bovenzijde van de voorruit achter de binnenspiegel bevindt, niet af.

De aan de sensor gekoppelde functies worden dan niet meer bediend.

Follow me home-verlichting

Handbediend

Handbediend

Deze functie zorgt ervoor dat na het afzetten van het contact de dimlichten nog even blijven branden om het uitstappen in het donker te vergemakkelijken.

Inschakelen

Uitschakelen

Na het vergrendelen van de auto wordt de handbediende follow me home-verlichting na een bepaalde tijd automatisch uitgeschakeld.

Automatisch

Als de functie automatische verlichting is geactiveerd (lichtschakelaar in de stand "AUTO"), wordt onder donkere omstandigheden het dimlicht automatisch ingeschakeld bij het afzetten van het contact.

Het in- of uitschakelen van de functie en de tijdsduur van de follow me home-verlichting zijn in te stellen via het menu " Rijhulpsysteem " en vervolgens " Configuratie auto " op de secundaire pagina.

Instapverlichting buitenzijde

De instapverlichting is bedoeld om op donkere plaatsen het lokaliseren van de auto en het instappen te vergemakkelijken. De instapverlichting is actief als de lichtschakelaar in de stand "AUTO" staat en de lichtsensor weinig omgevingslicht detecteert.

Inschakelen

Druk op het geopende hangslot van de afstandsbediening of op de portiergreep van een van de voorportieren met het "Keyless entry and start"-systeem.

Het dimlicht en het parkeerlicht gaan branden en uw auto wordt gelijktijdig ontgrendeld.

Uitschakelen

De instapverlichting buitenzijde gaat na een bepaalde tijd automatisch uit of gaat uit na het afzetten van het contact of het vergrendelen van de auto.

Programmeren

Het in- en uitschakelen van de functie instapverlichting en de duur van het branden van de instapverlichting kan worden ingesteld via de menu's " Rijhulpsysteem " en " Configuratie auto ".

Zie ook:

Opel Astra. Opbergruimten
Opbergvakken Waarschuwing Berg geen zware of scherpe objecten in de opbergruimten op. Anders kan de klep van de opbergruimte open gaan en kunnen de inzittenden bij krachtig remmen, plo ...

Toyota Auris. Motorolie
Controleer het oliepeil met behulp van de peilstok bij bedrijfswarme, afgezette motor. ■ Controle van motorolie 1. Benzinemotor: Plaats de auto op een horizontale ondergrond. Wacht, nada ...

Modellen: