KIA Cee'd: Handgeschakelde transmissie - Rijden met uw auto - KIA Cee'd - InstructieboekjeKIA Cee'd: Handgeschakelde transmissie

Bediening handgeschakelde transmissie

Handgeschakelde transmissie

OPMERKING
  • Bij het terugschakelen van de vijfde naar de vierde versnelling moet erop worden gelet dat de versnellingspook niet zo ver opzij wordt gedrukt dat per ongeluk de tweede versnelling wordt ingeschakeld. Hierdoor zou het motortoerental zo hoog kunnen oplopen dat de naald van de toerenteller in het rode gebied terecht zou kunnen komen.

    Dergelijke hoge toerentallen kunnen ernstige motorschade veroorzaken.

  • Schakel niet meer dan 2 versnellingen tegelijk terug en schakel niet terug als de motor met een hoog toerental draait (5.000 omw/min). Terugschakelen onder dergelijke omstandigheden kan schade aan de motor, de koppeling en de transmissie veroorzaken.
  • Bij het schakelen tussen de 5e en 6e versnelling moet u de versnellingspook altijd helemaal naar rechts drukken. Als u dat niet doet kunt u per ongeluk de 3e of 4e versnelling inschakelen, waardoor schade aan de transmissie kan ontstaan.
OPMERKING
  • Laat, om vroegtijdige slijtage en beschadiging van de koppeling te voorkomen, uw voet tijdens het rijden niet op het koppelingspedaal rusten. Gebruik de koppeling ook niet om de auto stil te laten staan op een helling (bijvoorbeeld bij een verkeerslicht, enz.).
  • Laat tijdens het rijden uw hand niet op de versnellingspook rusten omdat hierdoor voortijdige slijtage aan de schakelvorken in de transmissie op kan treden.
  • Rijd, om mogelijke schade aan het koppelingssysteem te voorkomen, niet weg in de 2e (tweede) versnelling, tenzij u wegrijdt vanuit stilstand op een gladde weg.

WAARSCHUWING
  • Trek altijd de parkeerrem stevig aan en zet de motor af alvorens de auto te verlaten. Zet de transmissie vervolgens in de 1e versnelling als de auto op een vlakke ondergrond of opwaartse helling staat, of schakel de achteruitversnelling in als de auto op een neerwaartse helling staat. Als deze voorzorgsmaatregelen niet worden opgevolgd kan de auto onverwacht en plotseling in beweging komen.
  • Als uw auto is uitgerust met een handgeschakelde transmissie en niet is voorzien van een contactslot, kan de auto in beweging komen en een ernstig ongeval veroorzaken als de motor wordt gestart zonder dat het koppelingspedaal wordt ingetrapt terwijl de parkeerrem vrij is en de selectiehendel niet in stand N staat.

Bedienen van de koppeling

Het koppelingspedaal moet geheel worden ingetrapt alvorens de versnellingspook te verplaatsen en moet daarna weer langzaam worden losgelaten. Het koppelingspedaal moet tijdens het rijden altijd geheel zijn losgelaten. Laat tijdens het rijden uw voet niet op het koppelingspedaal rusten. Dat veroorzaakt onnodige slijtage. Laat de koppeling ook niet gedeeltelijk in aangrijping komen om de auto op een helling op zijn plaats te houden. Dat veroorzaakt onnodige slijtage. Gebruik de voetrem of de parkeerrem om de auto op een helling op zijn plaats te houden.

Trap het koppelingspedaal niet herhaaldelijk snel achter elkaar in.

OPMERKING Trap het koppelingspedaal volledig in om het koppelingspedaal te bedienen. Indien u de koppeling niet volledig intrapt, kan de koppeling lawaai maken of beschadigd raken.

Terugschakelen

Schakel in druk verkeer of bij het oprijden van een steile helling terug voordat de motor te hard moet werken. Door terug te schakelen wordt de kans op afslaan beperkt en kan beter worden geaccelereerd wanneer u uw snelheid weer op moet voeren. Als de auto op een steile helling naar beneden rijdt, kan door terug te schakelen een veilige snelheid worden gehandhaafd en wordt bovendien de levensduur van de remmen verlengd.

Goede rijgewoonten

WAARSCHUWING
  • Draag altijd uw veiligheidsgordel! Bij een aanrijding lopen inzittenden die hun veiligheidsgordel niet dragen een veel grotere kans op ernstig letsel dan inzittenden die hun veiligheidsgordel wel dragen.
  • Pas uw snelheid aan voordat u een bocht aansnijdt of gaat keren.
  • Maak geen plotselinge stuurbewegingen bij het wisselen van rijbaan of bij het nemen van snelle, scherpe bochten.
  • De kans dat de auto over de kop slaat wanneer u de macht over het stuur verliest, is veel groter bij hogere snelheden.
  • Meestal verliest de bestuurder de macht over de auto wanneer twee of meer wielen van de weg raken en de bestuurder het stuur omgooit om de auto weer de weg op te sturen.
  • Gooi het stuur niet om wanneer uw auto van de weg raakt. Minder in plaats daarvan snelheid voordat u de auto terug de weg op stuurt.
  • Houd u altijd aan de snelheidslimieten.
Zie ook:

Opel Astra. Dak
Zonnedak Waarschuwing Wees voorzichtig bij het gebruik van het zonnedak. Er bestaat verwondingsgevaar, met name voor kinderen. Bewegende onderdelen tijdens de bediening goed in de gate ...

Ford Focus. Adaptieve snelheidsregeling inschakelen
Druk hierop om het systeem in stand-by te zetten. Het lampje, de huidige instelling voor de afstand en de ingestelde snelheid verschijnen op het informatiedisplay. Adaptieve rijsnel ...

Modellen: