Opel Astra: Motor starten - Starten en bediening - Rijden en bediening - Opel Astra - InstructieboekjeOpel Astra: Motor starten

Auto's met contactschakelaar

Rijden en bediening

Draai de sleutel naar stand 1 om het stuurslot te ontgrendelen.

Handgeschakelde versnellingsbak: koppelings- en rempedaal intrappen.

Automatische versnellingsbak: trap het rempedaal in en zet de keuzehendel op P of N.

Geautomatiseerde versnellingsbak: rempedaal intrappen.

Geen gas geven.

Dieselmotoren: draai de sleutel naar stand 2 om voor te gloeien en wacht totdat het controlelampje Rijden en bediening dooft.

Draai de sleutel even in stand 3 en laat deze weer los: een automatische regeling bedient de startmotor met een kort interval totdat de motor draait, zie Automatische startmotorregeling.

Handgeschakelde versnellingsbak: tijdens een Autostop kunt u de motor starten door het koppelingspedaal in te trappen.

Automatische versnellingsbak of geautomatiseerde versnellingsbak: tijdens een Autostop kunt u de motor starten door het rempedaal op te laten komen.

Auto's met Aan/Uit-knop

Rijden en bediening

Handgeschakelde versnellingsbak: koppelings- en rempedaal intrappen.

Automatische versnellingsbak: trap het rempedaal in en zet de keuzehendel op P of N.

Geautomatiseerde versnellingsbak: rempedaal intrappen.

Geen gas geven.

Druk op Engine Start/Stop en laat deze weer los: een automatische regeling bedient de startmotor met een kort interval totdat de motor draait; zie automatische startmotorregeling.

Voordat u de motor weer start of uitschakelt terwijl de auto stilstaat, drukt u nog een keer kort op Engine Start/Stop.

Handgeschakelde versnellingsbak: tijdens een Autostop kunt u de motor starten door het koppelingspedaal in te trappen .

Automatische versnellingsbak of geautomatiseerde versnellingsbak: tijdens een Autostop kunt u de motor starten door het rempedaal op te laten komen.

Uitschakelen in noodsituatie tijdens het rijden

Als de motor tijdens het rijden in een noodsituatie moet worden uitgeschakeld, drukt u langer dan twee seconden op Engine Start/Stop of drukt u tweemaal kort binnen vijf seconden.

Gevaar Het uitschakelen van de motor tijdens het rijden kan het verlies van vermogen voor de rem- of stuurbekrachtiging veroorzaken.

Hulp- en airbagsystemen zijn uitgeschakeld. De verlichting en remlichten gaan uit. Schakel de motor en het contact tijdens het rijden alleen uit indien dat in een noodgeval noodzakelijk is.

De auto starten bij lage temperaturen

Het is mogelijk om de motor zonder bijkomende verwarming te starten tot -25 ºC voor dieselmotoren en -30 ºC voor benzinemotoren. Motorolie met de juiste viscositeit, de juiste brandstof, uitgevoerd onderhoud en een voldoende opgeladen accu zijn vereist. Bij temperaturen onder -30 ºC moet de automatische versnellingsbak gedurende ca. vijf minuten worden verwarmd. De keuzehendel moet in stand P staan.

Automatische startmotorregeling

Deze functie regelt de startprocedure van de motor. De bestuurder hoeft de sleutel niet op stand 3 te houden of Engine Start/Stop niet ingedrukt te houden. Het eenmaal actieve systeem zal de motor automatisch blijven ronddraaien tot deze start.

Vanwege de controleprocedure begint de motor na een korte vertraging te lopen.

Mogelijke redenen voor het niet starten van de motor:

Turbomotor opwarmen

Bij het starten is het mogelijk dat het beschikbare motorkoppel gedurende een korte tijd beperkt is, vooral wanneer de motor koud is. Deze beperking is er om het smeersysteem de motor volledig te laten beschermen.

Uitrol-brandstofafsluiter

De brandstoftoevoer wordt automatisch afgesloten bij het uitrollen, d.w.z. wanneer u met een ingeschakelde versnelling onder het rijden het gaspedaal loslaat.

Afhankelijk van de omstandigheden wordt de uitrol-brandstofafsluiter mogelijk uitgeschakeld.

Zie ook:

Ford Focus. Overzicht motorruimte - 1.0L EcoBoost, rechts stuur
Expansiereservoir. Zie Motorkoelvloeistof controleren. Remvloeistofreservoir. Zie Remvloeistof controleren. Oliepeilstaaf. Zie Oliepei ...

Toyota Auris. Wisselen van banden (auto's met bandenspanningswaarschuwingssysteem)
Wissel de banden zoals aangegeven in de afbeelding. Toyota beveelt aan om de banden ongeveer elke 10.000 km van plaats te wisselen om een gelijkmatig slijtagepatroon en een langere levensduur ...

Modellen: